« Etoy vs. eToys: de titanenstrijd om de domeinnaam | Main | Baudrillards fataliteit »

Simulacra and Simulations: Jean Baudrillard verklaard!

De Franse filosoof Jean Baudrillard heeft interessant uitspraken gedaan over onze realiteitsbeleving. Baudrillards simulacrumtheorie gaat over de echtheid en werkelijkheid van beelden die wij denken te kennen. In deze theorie wordt gesteld dat de mens het contact met de echte wereld is verloren, doordat hij een beeld van de wereld creëert aan de hand van wat hij in de media ziet. Een introductie in de theorie van Jean Baudrillard: ...

In Simulacra and Simulation (1994) vinden we de kern van Baudrillards simulacrumtheorie. Centraal in deze tekst staat het concept ‘simulacrum’.

(De precessie van) het Simulacrum
De tekst begint met de “Borges fabel” waarin Baudrillard beschrijft hoe kaartenmakers een kaart vervaardigen van een machtig keizerrijk. Deze kaart was zo gedetailleerd dat hij exact het rijk weergaf. Met het verval van het rijk raakte echter ook de kaart in verval, totdat uiteindelijk de woestijn en enkele delen van de kaart overbleven. De kaart uit de “Borges fabel” is een mooi voorbeeld van wat we een ‘simulacrum’ kunnen noemen. De term ‘simulacrum’ is terug te vinden in de filosofie van Plato en betekent oorspronkelijk een ‘valse kopie van de werkelijkheid’. Baudrillard gebruikt de benaming in zijn theorie als een soort verzamelwoord voor begrippen als ‘teken’, ‘afbeelding’ of ‘concept’. Het simulacrum kan hier gedefinieerd worden als een kopie van de werkelijkheid dat – uiteindelijk – alle relatie met de (door haar nagebootste) werkelijkheid zal verliezen; het is een teken zonder referent naar de fysieke werkelijkheid. Baudrillard haalt de ” Borges fabel” aan om ons duidelijk te maken dat wij ons vandaag de dag in een vergelijkbare situatie bevinden, alleen omgekeerd. Simulaties zijn niet langer nabootsingen van reële zaken, zoals het genoemde grondgebied in de “Borges fabel”, maar zijn op zichzelf staande fenomenen geworden, losgekoppeld van een fysieke werkelijkheid. Dit zou inhouden dat niet het simulacrum – de kaart – in verval is, maar de nagebootste werkelijkheid – het keizerrijk – zelf. Baudrillard wilt hiermee zeggen dat simulatie vooraf gaat aan de werkelijkheid; dit noemt hij de “precessie van de simulacra”, de cumulatieve vervanging van het echte door een gesimuleerde representatie of verbeelding.

“The phases of the image”
Baudrillard onderscheidt in Simulacra and Simulation (1994) vier fasen in de ontwikkeling van het beeld. Hieruit blijkt dat ieder simulacrum een eigen levensloop kent:
1. Het beeld is de weerspiegeling van een fundamentele realiteit.
2. Het beeld maskeert en perverteert een fundamentele realiteit.
3. Het beeld maskeert de afwezigheid van een fundamentele realiteit.
4. Het beeld heeft geen relatie met wat voor realiteit dan ook. Het is een zuiver
simulacrum van zichzelf. Aan de eerste twee fasen koppelt Baudrillard een notie van goed en kwaad. Hij stelt dat: “In the first case the image is a good appearance – representation is of the sacramental order. In the second, it is an evil appearance – it is of the order of maleficence” (Baudrillard, 1994, pp. 6). Baudrillard stelt hier dat een beeld goed is, wanneer het de werkelijkheid zo getrouw mogelijk weergeeft. Hierop volgt dat een beeld slecht is, wanneer het de werkelijkheid niet getrouw weergeeft. De derde fase wordt gekenmerkt door een overgang naar de wereld van simulatie en simulacra. Een oordeel over de waarheidsgetrouwheid van het beeld in deze fasen is volgens Baudrillard niet langer mogelijk. De werkelijkheid – en hiermee ons vermogen te oordelen over deze realiteit – ontbreekt immers. De vierde fase van het beeld, het beeld als zijn eigen simulacrum, is voor de theorie van Baudrillard het belangrijkst. In deze fase is het simulacrum is een beeld geworden dat buiten de orde van de verschijningen valt. Het simulacrum heeft niet langer een realiteit waaraan het refereert. Het beeld is enkel en alleen een simulatie van zichzelf geworden, een puur simulacrum. Baudrillard schrijft hierover: ‘It is no longer of the order of appearances, but of simulation’ (Baudrillard, 1994, pp. 6). Het simulacrum is tevens niet langer van de werkelijkheid te onderscheiden omdat er (zo blijkt uit de derde fase) ook niet langer een werkelijkheid bestaat. De realiteit is vervangen door een simulacrum. Deze laatste fase van het beeld noemt Baudrillard de hyperrealiteit.

Hyperrealiteit
Baudrillard spreekt van hyperrealiteit wanneer de fysieke realiteit vervangen is door een realiteit van simulacra. Feitelijk leven we in een kopie van de fysieke realiteit. Tekens die voorheen verwezen naar een ‘echte’ werkelijkheid nemen nu de plaats in van deze werkelijkheid. De simulacra waaruit onze realiteit is opgebouwd refereren enkel en alleen nog maar naar elkaar, waardoor in deze realiteit het simulacrum de enige betekenisgever is geworden. Werkelijkheid en simulatie zijn niet langer van elkaar te onderscheiden; de realiteit heeft plaatsgemaakt voor een hyperrealiteit. Deze hyperrealiteit ontstaat simpel gezegd doordat we de ‘echte’ wereld slecht beleven door middel van de media. De fysieke werkelijkheid is in de hyperrealiteit vervangen door datgene wat we via de media in onze huiskamer krijgen te zien. We kennen geen andere wereld meer dan de wereld die de media ons voorschotelen. Als voorbeeld hiervoor noemt Baudrillard de Golfoorlog. Deze oorlog is datgene wat we ervan meekrijgen op de televisie, in de krant of via internet. De hyperrealiteit die op deze manier gecreëerd wordt, hoeft echter niet overeen te komen met de fysieke werkelijkheid zelf. De oorlog die de media aan het publiek lieten zien, was een hele andere oorlog dan de werkelijke oorlog in Irak. Zo liet CNN in het begin van de jaren '90 vooral filmpjes van precisiebombardementen zien. Achteraf bleek dat een groot deel van deze 'intelligente' bommen hun doel had gemist en zo veel slachtoffers hadden gemaakt.

Gebruikte bronnen:
1. Baudrillard, J. (1994). Simulacra and Simulations. (S.F. Glaser, vert). Ann Arbor: University of Michigan Press.
2. Baudrillard, J. (1995). The Gulf War did not take place. (P. Patton, vert., intr.). Bloomington [etc.]: Indiana University press.

TrackBack

TrackBack URL for this entry:
http://www.fdcw.org/cgi-bin/mt/mt-t.cgi/3344

Post a comment

(If you haven't left a comment here before, you may need to be approved by the site owner before your comment will appear. Until then, it won't appear on the entry. Thanks for waiting.)

About

This page contains a single entry from the blog posted on May 6, 2007 6:28 PM.

The previous post in this blog was Etoy vs. eToys: de titanenstrijd om de domeinnaam.

The next post in this blog is Baudrillards fataliteit.

Many more can be found on the main index page or by looking through the archives.

Powered by Movable Type 3.32
Hosted by LivingDot