" /> groothuis: June 2006 Archives

« May 2006 | Main

June 2, 2006

Hoi!

vis.pngDit is het resultaat van acht weken werken aan een serie blogs waarin onze huidige samenleving op het gebied van Logo en Imago aan een kritische blik wordt onderworpen.

Ik hoop dat je aangezet wordt tot nadenken en zeg het me gerust als je het ergens niet mee eens bent.

Lotte

Pro Logo

prologo.jpg
“The only use of a logo is to appeal to our vanity and aspirations. It satisfies the basic human need to belong, to be part of a tribe. Part of a tribe that shares our same values or lives a lifestyle that we share or aspire to.”
Richard Andrews, Senior Consultant, Logica Consulting 10-Oct-2001 Bron

Het logotijdperk: altijd weer een wereld van herkenning als ik een winkel binnenstap en waar ik ook ga ik weet precies waar ik aan toe ben. Oh nee, Bertolli véél te duur. Euroshopper-olijolie is minstens zo goed en doeltreffend. Maar wat parfum betreft prefereer ik uit ervaring het merk toch boven de veel goedkopere namaak. Nu ruiken ze nog hetzelfde, maar dat zal na een maand al anders zijn. En als het dure merk me alsnog teleurstelt weet ik precies waar ik kan klagen.

De wereld is de afgelopen eeuw door o.a. de industrialisatie, urbanisatie, verbeterde infrastructuur (waaronder ook het internet) en de vrijemarkteconomie enorm groot, maar tegelijkertijd ook ontzettend klein geworden. Groot omdat er zoveel meer landen, culturen en producten extra tot onze beschikking zijn komen te staan en klein vanwege het feit dat we met nieuwe uitvindingen de mogelijkheid hebben de expansie te verkennen en deze vervolgens eigen te maken.

In deze chaos van de nieuwe tijd, waar we de kruidenier niet meer persoonlijk om advies kunnen vragen, helpen logo’s ons orde te scheppen. Via herkenning en op die manier ook via vertrouwen, weet ik uit 1001 producten toch voor mij de meest geschikte mobiele telefoon en de best zittende broek te selecteren. Zo maak ik van het onpersoonlijke toch iets persoonlijks: mijn merken. Vergelijk het met de genres van de filmwereld: als je eenmaal weet dat horror jou niet ligt, dan geef je daar toch nooit meer geld aan uit?

Hartstikke fijn dus dat ik met behulp van logo’s een keuze kan maken bij een bezoek aan het warenhuis. Maar hoe herken ik in de grote hordes mensen op straat wie wel of niet in mijn straatje past? Dat gaat misschien wel erg ver. Het idee dat je mensen kan beoordelen op basis van het merk auto dat ze bezitten of de soort schoenen waar ze veel mensen.bmp
op lopen. Toch is het niet gek te denken dat mensen hun lifestyle profileren aan de hand van logo’s. Naast het aantal producten is immers ook de sociale leefomgeving in omvang en diversiteit aanzienlijk toegenomen.

Honderd jaar geleden groeide je op in een dorp of een stad. Iedereen kende iedereen en het was heel normaal dat je in je geboorteplaats stierf zonder deze ook maar één keer te hebben verlaten. Je omgeving was op de hoogte van bijvoorbeeld je geloof (je was destijds nu eenmaal gelovig) en je professie. Niets nodigde uit om je te onderscheiden van of te conformeren aan de rest.

Logo zijn voor ons een instrument geworden om, ondanks het ontbreken van religie en een vanzelfsprekend groepsgevoel, onszelf op een expressieve manier een identiteit aan te meten. Logo’s vinden hun oorsprong naar mijn idee ook niet zonder reden in de jonge ‘meltingpot’ die zich de Verenigde Staten noemt. Nu wil ik niet stellen dat wij tegenwoordig onze identiteit alleen maar ontlenen aan het logo dat een bepaalde lifestyle vertegenwoordigd. Maar wat ik wel durf te beweren is dat we met de urbanisatie, internationale migratie en industrialisatie een belangrijke factor van onze identiteit zijn verloren: onze regionale cultuur. De logocultuur vult naar mijn idee dit gemis aan en zij stelt ons in zekere mate ook in staat op elke plek in de westerse wereld onze tenten op te slaan.

Mensen hebben de neiging zich te willen onderscheiden, maar niemand wil alleen staan en dat maakt conformeren ook tot een menselijke trek (zie over Baudrillard in dit essay over ostentatieve consumptie, §3.6). Wie rijk is draagt dure logo’s op zijn kleding en auto, sluit zich aan bij de high society en onderscheidt zich van het gepeupel.

Een vaak gehoorde klacht over deze rol van het logo is de prijs die we er voor betalen. Baudrillard zei het al: we zijn de relatie van het product en het gebruikersnut volledig uit het oog verloren. Logo’s vormen symbolen waar we zodanig waarde aan hechten dat we bereid zijn daar meer voor neer te tellen. Ik ben van de generatie dat ik deze gebakken lucht voor realiteit aanzie. Merken hebben doormiddel van entertainment en lifestyle een voor ons relevante waarde toegevoegd. Daniel Boorstin constateert in The Image dat er een shift is van idealen naar imago, van waarheid naar geloofwaardigheid. Maar voor mij geldt deze geloofwaardigheid, het is mijn nieuwe waarheid.

Ik vind het leuk om door de media bespeeld te worden, met humor, met mooie beelden en verhalen. Ik voel mij niet bedrogen als ik mji niet werkelijker “lekkerder” voel in een ‘Peugeot’. http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_reclameslogans. Ik geniet van de nieuwe fase, ik hou van de dream society http://www.amazon.com/gp/product/0071379681/104-1259562-2900725?v=glance&n=283155. Ik kan mij dan ook ergeren aan theorieën over de ondergang van onze waarden en normen, over het gevaarlijk manipulatieve van de nieuwe tijd. Na het lezen van een aantal hoofdstukken uit ‘De dramademocratie’ van Mark Elchardus, wist ik het zeker: er moet hier sprake zijn van een generatiekloof. Ik ben er van overtuigd, net als Douglas Rushkoff, dat mijn generatie de zogenaamde manipulatie van de media en reclames doorziet. Wij zijn hier de manipulators.

Bedrijven moeten oppassen dat ze niet bij ons uit de gratie vallen, want net zo makkelijk als we kiezen voor een bepaald logo, stappen we over naar een ander. Gewoon, omdat die andere goedkoper was of omdat we geen zaken willen doen met een bedrijf dat kinderen inzet in hun productiemethode. Hoge bomen vangen nou eenmaal veel wind. In een essay over de sociale waarde van brands schrijft Jan Lindemann: "It is clearly in the economic interests of multinational companies to behave ethically. Without brands it would certainly be difficult to identify specific culprits but it would also be difficult to effect a change in behaviour."

Lindemann geeft het voorbeeld van de nadruk die autoproducenten leggen op veiligheid. De consument wil veiligere auto’s, de producent gehoorzaamt. Merken gaan op hun knieën om de consument tevreden te houden. Wie manipuleert nu wie?

“A brand is simply a promise. A company giving us its word. I think it's much better to know who is responsible for the products and services I buy, and what they stand for. When I was made aware of what nike stood for, I stoppped (sic!) buying their products. When enough people stand against what they stand for, nike or any company will be forced out of business or forced to change their promise. Brands hold companies accountable. They've given us their word. Viva Brand.”
Bryan Birch, Creative Director, JUMBOshrimp Advertising 8-Oct-2001 Bron

Terug naar de algemene tekst
No Logo

No Logo

nologo.jpg
“If Virgin megastore chooses only to stock cds that sell above an estimated run, then I have little chance to know that there is other music available than mainstream hits. Without distribution an artist cannot support himself to create more art. Mega brands are killing the very production of an alternative product before it even gets to consumer choice.
The most insidious part of the brand mechanism is that it reduces our chances to have anything other than average, mainstream products. And we don't really even realize it.”
Kate Shawn, Designer 12-Oct-2001 Bron

Aan een logo herkennen we producten. Het is meer dan een letter-, vorm- of kleurencombinatie. Dat is ooit ook het doel geweest van het logo: in vroeger tijden werden paarden gebrandmerkt. brands.jpgZo was te zien van welk ras een paard bijvoorbeeld afstamde en van welke fokker het dier afkomstig was. Had je problemen of was je juist heel tevreden dan wist je precies waar je moest aankloppen.

Na de industrialisatie en met de komst van de massaproductie was het noodzakelijk producten van één bedrijf te merken met een bijbehorend logo. De machines van de concurrent produceerden immers precies dezelfde waren. Produceren is sindsdien geen kunst meer, verkopen wel. Om aftrek te vinden bij het grote publiek zijn bedrijven gedwongen een imago rond hun merk te vormen.

Inmiddels heeft dat imago de vorm gekregen van een lifestyle los van het product. “Als een merk per slot van rekening geen product was, dan kon je er vrijwel alles van maken (Klein, 2004, p. 47).” En dat is dan ook de trend. Overal in ons leven, of we nu jong, oud, rijk of arm zijn, worden we bedolven onder de kleurrijke en onafgebroken stroom van logo’s. Elke stad is als de andere, met op elke hoek weer die schreeuwerige gele M. Geen landschap zonder billboards (of reclameschapen) en geen cultuur zonder sponsering.

Dit expansionisme, gaat wellicht zo ver dat we straks geen cultureel evenement meer kunnen organiseren zonder de steun van de multinational, zonder de hulp van de grote merken. Zo bepalen zij de vorm van onze cultuur, welke musea open blijven en wat we ’s avonds in het theater te zien krijgen. Dat lijkt allemaal prachtig: geweldig toch dat bedrijven zich hier mee bezig houden. Het gaat bedrijven echter niet om cultuur omwille van cultuur, maar om hun logo aan de man te brengen. Kleinere culturele ondernemingen, bijvoorbeeld bands of andere zelfstandige kunstenaars die minder publiek trekken, moeten vechten om te overleven en worden op die manier helemaal niet meer gehoord. Ze verdrinken in de massale media-aandacht van de groten.

Dan de inmenging van internationale merken in de onderwijssector, de politiek én multinationals als de grootste schakel van de wereldeconomie: de top 100 grootste economische machten bestaan uit 51 Multinationals en maar 49 naties (Klein p. 381). We moeten oppassen dat zij niet de scepter gaan zwaaien en als oligarchen de mensheid gaan onderdrukken. Zoals Klein geciteerd in ‘The Economist’: “Brands have come to represent “a fascist state where we all salute the logo and have little opportunity for criticism because our newspapers, television stations, Internet servers, streets and retail spaces are all controlled by multinational corporate interests.””

Dat wij westerlingen dit vaak aanstellerij of doemdenkerij vinden is niet verwonderlijk. We worden constant geconfronteerd met imago, we groeien ermee op. We hebben het vaak niet eens meer door. Uit onderzoek is gebleken dat een gemiddeld Amerikaans kind voor zijn tweede levensjaar het McDonalds teken al herkent (Rushkoff). Het “verlies” van ruimte doet zich dus niet alleen op het fysieke vlak voor, maar ook psychisch zijn wij in de ban van het logo (Klein, p. 91).

We worden zodanig geïndoctrineerd door logo’s en snelle reclames, dat we vaak niet eens meer door hebben waarom we iets kopen. Een broek die misschien 10 euro aan materialen en arbeidsloon heeft gekost, wordt met een logo erop ineens 12 keer meer waard. En toch betalen we het, omdat het ons dat Replay- of Dieselgevoel geeft. De toegevoegde waarde is in dat geval de identiteit van een logo. Consumeren uit gevoel in plaats vanuit noodzaak.

Logo’s geven ons dus een gevoel van vertrouwen en ze weten ons te verleiden met hun artificiële lifestyle. We kunnen ons dus afvragen waarom we iets kopen, maar net zo belangrijk is de vraag wat we eigenlijk kopen. Van de meeste kleding die ik koop, heb ik geen flauw benul waar ze vandaan komt. Ik denk zelfs dat er genoeg mensen zijn, die niet weten dat hun katoenen overhemd zijn oorsprong vond in de zaden van een plant.

Dankzij mondialisering en vrijemarkteconomie hoeven wij ons niet bezig te houden met het produceren van onze kleren of ons voedsel. De vraag naar goedkope, massale producten is groot en dezelfde economische omstandigheden maken het dan ook mogelijk dat deze waren vervaardigd worden in heel andere delen van de wereld. Daar waar de lonen laag zijn, de vraag naar werk groot is en de overheid er een voor ons onacceptabel, maar goedkoop, arbeidsethos op na houdt.

Sweatshops worden ze genoemd: werkplekken in ontwikkelingslanden, voornamelijk in China en India, waar in het algemeen kledingstukken worden geproduceerd. Zonder moderne hulpmiddelen of beschermende reglementen, maken de werknemers ontzettend lange dagen tegen een loon dat bij ons niet denkbaar is. Daarnaast worden sweatshops vaak geassocieerd met kinderarbeid.

Mijn nieuwe Nike-hardloopschoenen rennen heerlijk, maar toen ik ze kocht heb ik er niet bij stilgestaan dat ze wellicht door 13-jarige vingertjes in elkaar zijn gezet. En had ik dat wel gedaan, dan was ik waarschijnlijk met lege handen thuisgekomen. Wie kan mij immers garanderen dat de schoenen van Asics of Saucony wel naar onze westers ethische maatstaven zijn vervaardigd.

Of neem de hamburgers en de kipnuggets van McDonalds. Wie beseft nog dat het verwerkte dieren zijn? Wanneer je weer eens van plan bent een bezoek te brengen aan onze grote kindervriend, speel dan eerst dit eens dit spelletje. Ook McDonalds zou zich overigens schuldig maken aan het misbruiken van de derde wereld. Het bedrijf werd in 1990 beschuldigd van “tegenwerking van vakbonden tot uitputting van de regenwouden en bevuiling van straten in de grote steden. (Klein, p. 371)”

Logo’s en daarmee imago’s leiden ons af van het gebruikersnut en de herkomst van producten. Ten koste van mensenrechten en de natuur. We worden verleid en blind gehouden.

We moeten ons weer betrokken gaan voelen bij wat we consumeren en beseffen dat onze acties gevolgen hebben voor onze medemens en de natuur. Op de vraag hoe je deze cirkel zou kunnen doorbreken zegt Klein dat je bewust moet gaan winkelen, nadenken over wat je koopt en vooral waarom je het koopt. “And you will only be cured of this particular malaise if you find ways to fulfill those desires elsewhere.(in een interview met frontline)” Hoe wij onze begeerten anders zouden kunnen bevredigen, weet ik niet direct, maar we zouden onze producten voortaan een keurmerk kunnen geven. Mensen zijn niet ook niet te beroerd om te kijken naar het aantal calorieën wanneer ze een avondmaaltijd bij de Albert Heijn bij elkaar sprokkelen. Er bestaan bijvoorbeeld al T-shirts van biologische katoen of verantwoorde koffie, maar we moeten het toch ook op onze producten kunnen zetten of er gebruik is gemaakt van kinderarbeid? Oftewel een logo ter verantwoording van een logo. Deze anti-sweatshop organistie probeert ons in ieder geval al in de goede richting te duwen.

“It’s not as simple as saying "we don't have a gun pointed at our heads." The mastery of branding is that it's more subtle than a gun.
To say that branding doesn't manipulate the consumer is seriously misjudging our whole profession. Of course we manipulate the consumer, that's why people hire us to sell their product.
Can anyone identify their "favorite" vodka *without* looking at the label?”
Christian Kunde 1-Oct-2001 Bron

Terug naar de algemene tekst
Pro Logo

Pro Logo or No Logo? Is that a question?

embryo.jpg
“It's hard to say or to pick one side. Even though I agree that the third-world has been incredible exploited in the labor practices, it's hard not to use a nice brandy product which you know it's of a good quality and endure for quite some time. I'm undecided on that."
Denis Sooma, teacher 2-Oct-2001 Bron

Er zijn van die vragen die je alleen positief of negatief kan beantwoorden. Koop je wel eens ondanks het idee dat de mogelijkheid bestaat dat het geproduceerd is onder erbarmelijke omstandigheden? Ja, dat gebeurt mij elke week, misschien wel elke dag. Ben je soms geneigd een product aan te schaffen met een logo en vanwege het logo? Ja, ik heb veel cola’s geprobeerd, maar Coca Cola is voor mij gewoon de lekkerste ook al betaal ik er het dubbele voor. Elke keer dat ik een blikje Coca Cola uit de automaat ‘chip’ kan ik er op vertrouwen dat ik het lekker zal vinden.

pro or no.jpg
De vraag ‘Pro Logo or No Logo’ is van een heel andere orde. Niet alleen is deze vraag op velerlei manieren uit te leggen, het onderwerp is ook nog eens zwaar beladen. Eigenlijk heeft iedereen er wel een mening over. Voor mij, een van de interpretaties, hebben alle woorden uit deze vraagzin een diepere betekenis. Het ‘no logo’ gedeelte wordt voor mij, net als voor zoveel anderen, vooral vertegenwoordigd door het gelijknamige boek van Naomi Klein, dat wel de nieuwe bijbel van de anti-globalisten wordt genoemd. Klein probeert ons met beide benen terug op de grond te plaatsten. terwijl ‘Pro logo’ echter van mijn kant meer een ervaring of gevoel is. Het is de verantwoording en misschien ook de verklaring van de omstandigheden waarin we nu leven. De vormen en tekens van logo’s activeren het imago van merken en dat brengt ons een gevoel van associatie.

Logo zelf heeft dus in de verschillende standpunten ook nog eens een andere lading. No logo staat eerder voor de achtergrond van logoproducenten, onder welke omstandigheden is deze schoen gefabriceerd. Of de gevolgen van het produceren van een logoproduct, bijvoorbeeld natuurvervuiling. Het logo van ‘Pro logo’ heeft direct betrekking op ons, de invloed die logo’s op ons en onze samenleving hebben en wat hieraan ten grondslag ligt.

Daarnaast is ‘logo’ op zichzelf al een ambigu concept dat zich in alle lagen en op de gehele breedte van onze samenleving, lees de westerse maatschappij, manifesteert. Onmogelijk dus om hier eenduidig op te antwoorden en verstandig om mijn voor en tegens eens uitgebreid uiteen te zetten:


No Logo

Pro Logo

Ik betrap mijzelf op een aantal contradicties. Ik ben blij met het idee van de standaardisatie zodat ik mij overal thuis kan voelen, maar elke keer weer die gele M tegenkomen is toch een tegenvaller. Nog erger is dat ik wel degelijk zo nu en dan verleid wordt een bezoek te brengen aan die gele M. Geïndoctrineerd door die vriendelijke clown. En wat nóg erger is, is dat ik dat ook gedaan heb in het Mekka van de klassieke oudheid, in Rome welteverstaan. rome%20mcdonalds_jpg.jpg
Een prachtig pand, uitkijkend op het Pantheon, en ik eet er een patatje met een hamburger. I’m loving it! Ik denk dan ook dat mijn ergernis aan de McDonalds meer te maken heeft met het schuldgevoel na een bezoek en daarmee met het heersende schoonheidsideaal, dan met die gele M.

En ik denk zo dat iedereen wel zijn redenen heeft om zich te ergeren aan bepaalde uitingen van de logocultuur. Deze houding zal verschillen afhankelijk van heel veel factoren: leeftijd, opleiding, woongebied, nationaliteit en wellicht zelfs van etnische afkomst afhankelijk. Zo ben ik ook echt van mening dat ouderen, laten we zeggen 50 plus, minder gevoel hebben voor de nieuwe tijd. Ze benaderen het vaak veel te rationeel, ze willen niet meer betalen voor een product dan wat het werkelijk gekost heeft. Zij voelen zich bedrogen en ergeren zich aan mediaspektakels of reclamecircussen.

Maar ik ben blij dat het debat gevoerd wordt. En het is ook noodzakelijk dat er echte tegenstanders en ware voorstanders te vinden zijn rond deze kwestie. Zij verschaffen ons de instrumenten om een genuanceerde houding aan te nemen. Het boek van Klein is een naslagwerk voor de mistanden die de logocultuur met zich mee brengt en geeft een signaal voor de toekomst af. Zij en veel actievoerders en organisaties met haar maken ons er bewust van dat we ons mee mogen laten voeren met de droom, maar dat we wel op onze hoede moeten blijven.

En van de andere kant, pro logo, zijn er ook een hoop verdedigingen. Zo las ik een stuk over het idee dat er niet teveel sweatshops maar juist te weinig sweatshops in de derde wereld zijn. Deze werkgelegenheid zou de levensstandaard daar eerder verbeteren. “In other words, sweatshops and all they represent are a positive symbol of economic development, part of the reason that lives are getting better in those countries which have welcomed Nike, Reebok, Adidas and all the other alleged globalization ‘exploiters’.” Ik heb in mijn pro logo verdediging van deze mening geen gebruik durven maken, omdat ik niet in de positie ben hier een goede afweging van te maken. Wij kunnen niet bepalen of mensen in ontwikkelingslanden geholpen worden als wij werkgelegenheid verschaffen. Wie ben ik dan wel om sweatshops af te keuren? Over mijn eigen waarden en normen kan ik oordelen. Daarom wil ik niet dat een kind mijn supersonische hardloopschoenen in elkaar naait.

Het is ook maar de vraag of pro logo slechte werkomstandigheden in derde wereld impliceert. Dat ze nu aan elkaar gekoppeld worden, betekent dat dan ook dat ze in de toekomst niet zonder elkaar kunnen?

Het moge duidelijk zijn dat mijn houding ambigu is jegens dit debat en zelfs na het uiteenzetten van de voor mij geldende voor- en nadelen, ben ik niet in staat een kant te kiezen. Omdat dit debat op zoveel verschillende manieren is uit te leggen en logo’s zich geografisch en psychisch op zijn groot vlak verspreiden, vraag ik mij af of het überhaupt mogelijk is met volledige zekerheid achter een van de standpunten te gaan staan.

King Kong the Legend

King_kong_filmposter_1933.jpg218.051.260: het bedrag dat de film King Kong voor Universal Pictures heeft opgeleverd. Wat beweegt het publiek om naar een al eerder verfilmd verhaal te kijken dat ons inmiddels beter bekend is dan onze landgeschiedenis?

Het begint allemaal in 1933 wanneer de eerste King Kong film uitkomt. In dat zelfde jaar verschijnt de sequel The Son of Kong. Het verhaal heeft inmiddels ook Japan bereikt. In 1938 verschijnt hier een film met aanval van King Kong op Tokio. In 1962 wordt King Kong geconfonteerd met Gozilla in de film King Kong vs Gozilla. King Kong Escapes (1969), King Kong the Legend Reborn (1976) en King Kong Lives (1986) volgen nog voordat King Kong 2005 in productie gaat (voor meer informatie per film, klik hier).

Daarnaast zijn er nog twee tekenfilmsseries met King Kong in de hoofdrol, de een uit 1966 en de ander uit 2001. In 1990 wordt de attractie Kongfrontation
geopend in Universal Orlando Resort. Deze wordt in 2002 echter vervangen door een ride gebaseerd op de Revenge of the Mummy. Nintendo start in 1981 met de Donkey Kong spelletjes, die later door verschillende gamesystemen zijn overgenomen. Er zijn ook een aantal stripverhalen en boeken met King Kong in de Hoofdrol verschenen.kongfrontation.gif

King Kong heeft in de loop van de vorige eeuw een enorme bekendheid opgebouwd. Door de spreiding van de vele films en spelletjes is een grote groep bekend met het verhaal van King Kong van alle leeftijden. De formule had met de huidige kwaliteit van special effects, in de teaser-trailers al breed uitgemeten, alle mogelijkheden opnieuw uit te groeien tot een daverend succes.

Dit moet Universal Pictures ook gedacht hebben toen Peter Jackson aanbood een nieuwe remake op de King Kong van 1933 te maken. De regisseur zou altijd al de wens hebben gehad zijn favoriete film te verfilmen. Dat Jackson zijn kunnen al heeft bewezen met de regie van de The Lord of the Rings trilogie wordt in de trailer van King Kong dan ook duidelijk vermeld door de woorden: “The Academy Award winning director.”

Ik mag dus wel stellen dat er van verschillende kanten sprake is van presold: het publiek wordt gewezen op de kennis die al bekend is. Dit moet een solide en vertrouwd beeld scheppen.

Geoff King neemt in zijn boek New Hollywood Cinema de Godzilla film als voorbeeld bij zijn uitleg over het succes van blockbuster. Ook de figuur Godzilla is bij het grote publiek bekend, we kunnen Gozilla als de Japanse variant op King Kong beschouwen. King claimt dat films meer en meer op events lijken om maar zoveel mogelijk mensen naar de bioscoop te lokken. King Kong voldoet aan alle kenmerken om een blockbuster genoemd te worden.

En het was een event. Cornflakes, speelgoed, auto’s en fastfoodmenu’s; we konden er deze winter niet omheen dat King Kong weer in leven was. Het publiek was al bekend met het concept van zowel de blockbuster als van King Kong en anders zeker nu wel: de basis voor succes.

Maar alleen een bekend en vertrouwd concept zijn niet genoeg, het moet wel spannend blijven. King Kong is onderverdeelt bij verschillende genres: actie, avontuur, drama en thriller staan allemaal op de lijst. Buiten het feit dat de film afgeraden wordt voor kinderen onder de 13, vanwege angstaanjagend avontuur en geweld, is de film aantrekkelijk voor een groot gemixt publiek.

En of de film zelf ook een event was? Jazeker. Precies wat ik ervan verwacht had, het bekende verhaal, maar met meer SFX dan ooit. De gorilla was levensecht en veel scènes waren angstaanjagend. Heel knap dat zo’n bekend verhaal nog voor zoveel verrassingen kan zorgen.

Snakes on an Image

snakes.jpg
Elke film is in zekere zin uniek en een voldaan gevoel na een bioscoopbezoek is dus nooit verzekerd. Het succes van een film is dan ook grotendeels afhankelijk van het beeld en gevoel dat bij het publiek heerst in de aanloop van de première. Zal ik nu wel of niet “Snakes on a Plane” (SoaP) gaan bezoeken?

Volgens Janet Wasko is de weg naar een succesvolle film, lees geldkraan of kaskraker, het gevolg van een goede marketingcampagne en -strategie. Deze marketing moet een duidelijk beeld bij het publiek genereren. Hierbij spelen titel, trailer, acteurs en storyline, maar ook genre, kijkwijzeradvies en merchandising als beeldvormers voor het publiek een grote rol.

In dat opzicht kan ik al een aardig beeld vormen van SoaP. De filmpremière staat gepland op 18 augustus 2006, maar wordt nu al de cultfilm van komende zomer genoemd door Time.
Simpelweg de titel en het verhaal leidden tot een enorme buzz die in verschillende media breed uitgemeten wordt (zie mediacampagne SoaP). Het beeld dat wij van de film hadden in eerste instantie is gebaseerd op de duidelijke titel en de trailer.

Zoals eerder gezegd heeft ook het genre effect op mijn beeldvorming. IMDB geeft aan dat het hier gaat om een actie-, horror- en soap.jpg
thrillerfilm. De keuze voor een mix van genres is volgens Kevin S. Sandler (in Genre and Contemporary Hollywood van Steve Neale) een manier om een groter publiek aan te spreken. Het is ook heel goed mogelijk dat het daadwerkelijk om een mix gaat. De scheidslijn tussen verschillende genres is vaak vaag en kunnen overlappen. Dat is voor mij prima, hoewel ik hoop dat het niet ongeloofwaardig wordt, zoals sommige horrorfilms dreigen te zijn.

SoaP is zo’n grote mediahype geworden dat dit zelfs effect heeft op het karakter en de storyline van de film (Brochstein signaleerde dit al, uit Movie Marketing: Opening the Picture and Giving It Legs van Lukk.). Het beeld is daadwerkelijk aangepast aan het verwachtingspatroon van het publiek.

Een gevolg van de toegevoegde scènes is een ander kijkwijzeradvies voor SoaP. Dit is ander hulpmiddel voor het kiezen van een film: de CRA-Rating (Classifications and Ratings Administration van de MPAA), bij ons dus beter bekend als de kijkwijzer. Als een film met een G van General wordt bestempeld, kan ik niet veel gewelddadigheid verwachten. En een NC-17-rating maakt duidelijk dat er expliciete seksscènes in een speelfilm verwerkt zullen zijn en dus niet geschikt is voor kinderen onder de 16 (dit kan natuurlijk altijd een reden zijn om juist deze film te bezoeken!).

snakesonaplane2.jpg
Een klassieke, familie blockbuster, neem bijvoorbeeld de Lion King van Disney, heeft alleen bestaanzekerheid met een G-rating om de inkomstenbron, het publiek, zo groot mogelijk te maken (Sandler). Maar een zogenaamde cultfilm als SoaP, wordt alleen maar aantrekkelijker voor een bepaald publiek met een zwaardere CRA-rating.

Dat de film na de dagen van extra opnamen veranderde van een PG-13 (Parental Guidence voor onder de 13) naar een R-rating (Restricted voor kinderen onder de 17 zonder ouderlijke begeleiding) is naar mijn idee ook geen onbewuste zet geweest van New Line Cinema: het is een stap naar een nog scherper definieerde filmniche, voor een hoop geïnteresseerden een extra reden om toch te kiezen voor SoaP. Daarnaast werd deze wijziging breed uitgemeten in de media, een goede publiciteitstunt.

Janet Wasko geeft in haar boek How Hollywood Works aan dat filmpublicisten vaak expres een buzz proberen te vormen rond een film. De naam Snakes on Plane is zo veel besproken dat ik vermoed dat er sprake van opzet in het spel is. Maar de extra scènes gebaseerd op meningen van het internet en de titelsongcontest, geven mij wel het gevoel dat het publiek invloed heeft gehad op deze film.

Nieuwsgierigheid hiernaar en het feit dat het beeld is aangepast aan het verwachtingspatroon van het publiek, wat een zeker risico wegneemt als je de weblogs op het internet gevolgd hebt, zijn voor mij wel echte triggers om een bezoek te brengen aan SoaP. Ik zie je in augustus in de bioscoop!

Blockbustergeweld

Een reusachtige aap op een onbekend eiland. Aanbeden en onderhouden weten de inboorlingen de gorilla rustig te king kong 3.jpg
houden. Maar dan wordt hij verliefd op een beeldschone geofferde westerlinge, met alle gevolgen van dien…

Nee het is geen bericht uit de telegraaf, maar een deel van de storyline van de blockbuster King Kong. Een echte Hollywood klassieker, die sinds 1933 maar liefst zes maal verfilmd werd, in de vorm van remakes en sequels. De laatste remake King Kong, geregisseerd door Peter Jackson en met Naomi Watts, Jack Black en Adrien Brody in de hoofdrol, werd uitgebracht op 14 december 2005.

Door de lange geschiedenis en vele voorgangers van de film is er meteen al veel bekendheid bij het grote publiek. Het is dus mogelijk om direct te beginnen met de marketingcampagne.

Op 8 juni 2005 wordt de eerste trailer en de soundtrack gelanceerd en gaat de officiële website online. Op de website is een veelheid aan extra’s te downloaden. Zo zijn er applicaties voor je mobiel, een game en wallpapers te koop, maar ook voor de computer zijn er verschillende screensavers, tv-spots en aim icons (voor Messenger Systems en fora) te downloaden. Daarnaast is er op deze website een hoop informatie over het origineel uit 1933 en de legende van King Kong te vinden. Er is ook informatie te vinden over de officiële game van de King Kong 2005. Deze game is gepubliceerd door Ubisoft en is voor verschillende gamesystemen te koop.

De website van Apple publiceert op 1 november 2005 een reportage van de making of van King Kong met onder andere interviews met de regisseur en acteurs Klik hier. En op verschillende websites is een productiedagboek van Jackson te lezen om de fans zo veel mogelijk bij de productie van de film te betrekken.

Wat betreft merchandising heeft de promotieafdeling van King Kong niet stil gezeten. Op de site kokogiak.com/kong/ is een overzicht te vinden van alle King Kong acties, van postzegels tot boxershorts tot een wedstrijd van een Nieuw-Zeelandse vliegtuigmaatschappij met als hoofdprijs een vakantie naar de première in New York.

De grotere acties van King Kong bestaan uit: afbeeldingen van de gorilla op 18 miljoen Kellogs pakken, plaatjes van King Kong in meer dan 10 miljoen candybars van Nestle, Volkswagen heeft de film gepromoot met een speciale autolijn en verschillende weggeefpakketjes en bij Burgerking was er een speciaal King Kongsize fast food menu.

king kong2.jpg
Daarnaast heeft de film ook redelijk veel mediapubliciteit gebracht. Zo gaf Jackson op 1 april aan dat er al gewerkt werd een vervolg op de King Kong van 2005. Later bleek dit echter een 1 aprilgrap te zijn. En dan de meer serieuzere mededeling van Jackson dat de film drie uur zou gaan duren en dat er in plaats van de eerder begrootte 175 miljoen nu 207 miljoen uitgegeven zou gaan worden.

Tijdens het maken van film uit 1933 is in 1932 is het boek King Kong geschreven door Edgar Wallace, Merian C. Cooper en Delos W. Lovelace. Naar aanleiding van de remake is dit boek opnieuw uitgebracht.

De film is in het openingsweekend echter niet zo succesvol als verwacht en brengt in deze dagen ‘slechts’ 50,4 miljoen euro op. Maar al met al een monster van een mediacampagne.

Maastricht als ‘themepark’ van Nederland

idisne.jpg
Disneyland Park Los Angeles in Californië: het eerste pretpark van Disney, maar ook de eerste in zijn soort. Nog nooit was het concept van een pretpark zo groots aangepakt. In hoeverre kunnen we Maastricht als een themapark van Nederland beschouwen?

In het boek ‘Material Culture and the Forms of Postmodern Life’, onderzoekt Mark Gottdiener de relatie tussen symbolische en materiele cultuur. Deze leer geeft hij de naam socio-semiotiek, waarin betekenissen worden verklaart binnen een maatschappelijke context.

Een van de onderwerpen die hij beschrijft in het boek is het eerdergenoemde Disneyland. Dit park werd geopend op 17 juli 1955 en is momenteel het meest bezochte pretpark van de Verenigde Staten. Het grote succes heeft tot veel discussie geleid. Zo werd het park als verlengstuk van het kapitalisme gezien en was het een schoolvoorbeeld van wat massamedia teweeg kunnen brengen. De semiotiek was ook al eerder gebruikt om het park te beschrijven, maar Gottdiener wil de vorm en het succes van het park juist verklaren.

Het stratensysteem bijvoorbeeld doet volgens Gottdiener aan als een oude stad, met een echt centrum. Daarnaast zorgen een eigen postbedrijf, een bank, beveiliging en een brandweerkazerne voor een echt stedelijk karakter. Ook de verschillende parkdelen zorgen maken van Disneyland een stad. maastricht.jpg


Maar we kunnen dit ook omkeren. De verschillende delen maken van Disneyland een stad, maar maken sommige steden van hun stadsdelen eigenlijk geen pretpark. Maastricht is onder ander in te delen in het oude en gezellige stadscentrum, met de oude brug als echte landmark, en het zakelijk en moderne, metropool aandoende, Ceramique. Het centrum is op zijn beurt weer in het thema van de zomerterrassen in te delen in bijvoorbeeld het Onze Lieve ceramique_12.jpg
Vrouweplein, voor studenten bekend als het OLVP, en het Vrijthof.

Op het gebied van syntaxis heeft Disneyland een groot deel van betekenis en aantrekkelijkheid te danken aan de tegenstelling met Los Angeles. Op de gebieden van transport, eten, mode, entertainment, sociale controle, economie, politiek en het gezin heeft Disneyland een totaal andere benadering dan LA. Zo is het in Disneyland gewoon hele afstanden te voet af te leggen, terwijl LA gebouwd is voor snelverkeer. In het park is een hawaiishirt de norm, maar in de stad wordt je geacht in zakelijke kleding te verschijnen. En als laatste wil ik Gottdieners voorbeeld van het gezin aanhalen: in Disneyland zwaaien kinderen de scepter.

Ook Maastricht ontleent haar betekenis merendeels op deze manier. Want kunnen we niet stellen dat Maastricht een uiterst uniek plekje is in Nederland. Zelfs dat Maastricht zich afzet tegen de rest van Nederland. Kijk bijvoorbeeld naar het dialect. Een hoop straatnamen worden begeleid met de Maastrichtse variant. Als Nederlandse toerist in Maastricht voelt het soms alsof je je in het buitenland begeeft.

Of het gebruik van kinderkopjes en andere ruwvormgegeven straatstenen in de binnenstad. Deze worden zeker niet gebruikt uit praktische overweging, maar puur en alleen om de binnenstad een authentiek karakter mee te geven.

Gottdiener maakt van Disneyland een multi-interpretabel fenomeen. Zo zouden de verschillende parkdelen ook als de fases van het Amerikaanse kapitalisme kunnen worden beschouwd. Voor Maastricht heb ik in mijn analyse niet zo’n extreme betekenis kunnen verzinnen, maar toch zou ik in ieder geval drie invullingen aan deze stad willen terras.jpg
geven: Maastricht als stad voor de toerist, voor de student en natuurlijk bovenal voor de Maastrichtenaar. Maar allen worden getrokken door de vele kroegen, het Bourgondische, historische en niet-Nederlandse karakter van deze stad.

Maastricht benoemen tot een themepark zou een belediging zijn, maar het is wellicht helemaal niet zo gek.


Internet als hyperrealiteit

pipe.jpg
Je maakt je klaar voor een nieuwe dag, eet wat brood, maar je pyjama kan je aanhouden. Je doet je computer aan en binnen enkele seconden lig je in je zwembroek bij het zwembad. Je praat met wat vrienden en dan komt zij, de vrouw van je dromen jullie zoenen. Ondertussen vraagt je ‘echte’ vriendin of je misschien nog een broodje lust.

Het kan allemaal in ‘Second Life.’ Een “online rollenspel waarin nu al meer dan honderdduizend spelers actief zijn.” Je ontwikkelt je eigen figuur en kan hier vervolgens alles mee doen. Tijd en ruimte zijn geen beperkingen.

Het VPRO programma ‘De Toekomst’ wijdde er een hele aflevering aan. Ik vond het fascinerend om te zien dat deelnemers meer tijd in deze virtuele realiteit doorbrachten dan in de ‘echte’ wereld. We zien hoe Patrick uit Amsterdam zich klaar maakt om zijn virtuele vriendin in het echt te ontmoeten. Zijn vriendin in Amsterdam vindt het niet erg, het is immers maar een spelletje.

Maar dit spelletje is voor zoveel mensen allang geen spelletje meer: zij verdienen bakken met geld door virtuele delen land te verkopen. Als echte landschapsarchitecten, kledingdesignersecond life.jpg
s
en plastisch chirurgen verkopen zij hun waar aan andere Second Lifedeelnemers in ruil voor zogenaamde Linden Dollars. En Linden Dollars zijn op hun beurt vervolgens weer inruilbaar voor keiharde Euro’s (L$2000 voor €6,99).

Patricks liefde voor zijn droomvrouw bleek toch serieuzer dan verwacht. Wanneer hij haar ontmoet in Boston hebben ze zelfs lichamelijk contact, maar ze blijkt toch anders dan haar virtuele evenbeeld. Verliefd op een avatar, hoe is dit mogelijk?

Het internet is een hyperrealiteit geworden. Een wereld waarin we metaforen gebruiken uit de materialistische realiteit, worden zoals snelweg en surfen. Deze digitale wereld is een simulatie, maar heeft echte consequenties. Mensen verdienen hun brood aan het naspelen van een winkel in Second Life en een domeinnaam, niet tastbaar, enkel uit cijfertjes bestaand, kan tot landoverschrijdende rechtzaken leiden.

Het begon volgens Baudrillard allemaal op het moment dat we de band met het materialistische uit het oog verloren. Met de komst van het kapitalisme en de jean-baudrillard-788372.jpg
consumptiemaatschappij zijn wij waarde gaan hechten aan symbolen en betekenis. De materialistische vormen van consumptie, bijvoorbeeld goederen, worden niet meer gewaardeerd naar aanleiding van gebruiksnut, maar ze ontlenen hun waarde aan de betekenis die wij eraan toekennen. Daarnaast wordt deze waarde uitgedrukt in kapitaal en is op die manier inwisselbaar. Met andere woorden hebben we al het gevoel van gebruikerswaarde verloren en denken we alleen nog maar in kapitaal.

Baudrillard meent zelfs dat de we zoveel aan betekenis en symbolen zijn gaan hechten dat we de werkelijkheid construeren of ontrekken aan dezelfde tekens. Het internet is hier het perfecte voorbeeld van. Samengevat wordt onze realiteit beïnvloed door niet-realiteiten zoals het internet.

Het internet is geen hulpmiddel meer voor bedrijven waar ze hun informatie over de hun bezigheden kwijt kunnen, zoals adresgegevens of productinformatie. Nee het is dé plek geworden om je bedrijf in onder te brengen: internationaal, makkelijk, goedkoop en snel. Niet gek dat bedrijven tonnen aan euro’s over hebben voor een goede domeinnaam.

Ik vind de theorie van Baudrillard voor zover ik er vat op heb kunnen krijgen een bijzonder handvat voor analyse van deze tijd, maar ik kan het niet geheel met hem eens zijn. Met de betekenis die hij aan realiteit geeft, een overwegend materialistische, is zijn denken waarschijnlijk geheel plausibel. Ik ben echter van mening dat realiteit wellicht niet zo statisch of tastbaar is. Want is realiteit niet gewoon de wereld zoals wij hem beleven, of deze wereld nu uit cijfers, geld of gebruiksvoorwerpen bestaat, onze werkelijkheid interpreteren we zelf.

Domeinoorlog.com: deel II

domain_name.jpg
De felheid van eToys richting Etoy heeft niet goed uitgepakt voor de eerste partij. Toch is de agressie van beide kanten begrijpelijk.

De komst van het internet heeft veel betekend voor de commerciële wereld en het is belangrijker dan ooit om als bedrijf een goede en duidelijke domeinnaam te hebben. Een website biedt voor relatief weinig geld veel ruimte voor uitgebreide informatie en multimedia. Daarnaast is het ook mogelijk producten digitaal te verkopen.

Maar je moet als bedrijf en zeker als internetonderneming wel gevonden worden. Een typefout of een moeilijk te onthouden naam kunnen dan roet in het eten gooien. Een concern doet er dan ook goed aan rekening te houden met typefouten en meerdere domeinnamen aan te schaffen. En als deze domeinnamen al bezet zijn, dan koop je die toch gewoon voor een groot bedrag over? Op deze manier is al veel ruimte op het internet opgeslokt door reclame en andere bedrijvigheid.

Naomi Klein wees ons in haar boek No Logo al op de veranderingen die plaats vonden in de tastbare wereld. Grote evenementen worden opgekocht door bekende merken, steden gesticht door corporaties en universiteiten naomi_klein1_250.jpg
krijgen een extra inkomstenbron door zich te wijden aan een colamerk. “Het effect (…) van het hoogontwikkelde merk is dat de cultuur waarin het zich manifesteert naar de achtergrond wordt gedrongen en dat het merk zelf de hoofdrol krijgt. Het wil niet alleen als sponsor voor de cultuur optreden, maar het wil de cultuur zijn. (Klein, 2004, p.53)”

Nu lijkt het internet net als de echte wereld geannexeerd te worden door grote merken die hun naam coûte que coûte virtueel tot vesting maken, ondoordringbaar voor alles dat ook maar enigszins de lading van hun merk of ‘cultuur’ nadert.

Een merkhouder heeft namelijk het recht een domeinnaam met de merknaam daarin verwerkt op te eisen. “Deze vordering is in bepaalde gevallen zelfs mogelijk indien het gaat om een teken dat niet exact identiek is met het merk in kwestie.” Bedrijven hebben dus veel rechten om als het gaat om hun merknaam op het internet.

Maar zijn er buiten al deze merknamen niet ontzettende veel andere lettercombinaties mogelijk? Met een goede pop-up blocker is het heel goed mogelijk reclameborden te omzeilen. Daarnaast maken veel mensen gebruik van Google wanneer ze zoek zijn naar informatie. Als ik iets wil weten over het bakken van patat, ga ik toch zeker niet naar patat.nl (waar we overigens wel alles over patat te weten komen)? Wie gaat nou nog het internet op met een lijstje domeinnamen?

Maar internetgebruikers accepteren ook niet alles zoals we zagen bij de toywar. Het publiek op het internet heeft eigenlijk meer invloed op het internet dan het in het echte leven heeft. En dat is de kracht van het internet en de reden dat ik mij niet druk maar om merken expansionisme op het WWW.

Domeinoorlog.com: deel I

toys don't kill.jpg
De digitale versie van de Elysische velden. Ooit vlogen de artistieke cijfercombinaties hier als klassieke goden ongestoord rond, maar de laatste twee decennia spatten ze steeds vaker tegen borden uiteen. Reclameborden om precies te zijn.

Het internet heeft in principe onbeperkte mogelijkheden. Iedereen kan hier zijn verhaal kwijt, wil een uitgever je boek niet publiceren, dan zet je het toch gewoon op internet. Vrijheid van meningsuiting zegeviert in deze digitale wereld.

Maar het internet is ook steeds vaker onderwerp van discussie. Niet alleen de rechten over intellectueel eigendom zijn discutabel, andere mensen kunnen namelijk ook heel makkelijk jouw zelf gepubliceerde boek onwettig gebruiken, maar ook op het niveau van domeinnamen worden debatten gevoerd.

Het internet biedt alle ruimte voor bedrijven. En zoals ik al eerder zei is de ruimte in principe onbeperkt, maar door het gebruik van domeinnamen stuitten we op de grenzen van het alfabet. Want een domeinnaam kan verschillende doelen dienen.

Zo was sex.eu met 232 aanvragen een gewilde domeinnaam. Op het eerste gezicht een prima adres voor een europeesgetinte pornosite, maar het kerkgenootschap Rehoboth uit Eersel had heel andere plannen met de .eu.jpg
domeinnaam: de site moest informatie gaan bevatten over de heerlijkheid van seks zoals god het in beginsel bedoeld heeft. Helaas voor ons was het genootschap net te laat om de domeinnaam te bemachtigen.

Maar de strijd om domeinnamen heeft in het verleden ernstiger vormen aangenomen. Een heel beroemd voorbeeld is de zaak eToys versus Etoy. Het kunstenaarscollectief Etoy wordt in 1994 opgericht in Zürich. Ze dankt haar naam aan een computerprogramma dat de naam met willekeur ‘uitspuugde’. Het collectief is hierbij ongetwijfeld geïnspireerd geweest door de artistieke stroming Dada, ook ontsprongen in de grootste stad van Zwitserland.

Maar Etoy vond in tegenstelling tot Dada geen veilige haven in de neutraliteit. Hun in 1995 geregistreerde domeinnaam, www.etoy.com, wordt in 1999 aangevallen door de digitale speelgoedgigant eToys. Het bedrijf beweert dat de site van de kunstenaars zodanig aanstootgevend en in strijd is met de waarden van speelgoedverkoper dat zij hun domeinnaam moeten opgeven. Bij een typefout zouden eToys geïnteresseerden totaal op het verkeerde been worden gezet.

Omdat eToys zijn naam al eerder had geregistreerd, zou Etoy weinig kans maken de aangespannen rechtzaak te winnen. In eerste instantie wordt de domeinnaam dan ook toegewezen aan eToys, maar Etoy accepteert dit niet en gaat in hoger beroep. Om het proces te bekostigen, gaat Etoy zelfs over tot het verkopen van ‘aandelen.’ Laat de toywar beginnen!

De speelgoedhandelaar heeft inmiddels de virtuele gemeenschap tegen zich in het harnas gejaagd en de website wordt belaagd met virussen en ongewenste publiciteit. Op de website van RTMark (®™ark), een van de groepen achter de etoy.jpg
toywar, wordt het internetpubliek zelfs uitgedaagd voor een spelletje: probeer het aandeel eToys zo veel mogelijk in waarde te laten dalen. En dat heeft eToys geweten ook. In korte tijd daalt het aandeel van eToys van 67 naar 45 dollar per aandeel.

EToys begrijpt dat de reputatie letterlijk op het ‘spel’ staat en besluit tot schikking over te gaan. Na veel wikken en wegen, neemt Etoy uiteindelijk een vergoeding van de proceskosten aan en komt etoy.com weer in handen van de oorspronkelijke eigenaar.

Women love dove

rock-dove.jpg
Schoonheid is een relatief begrip. De een heeft graag dikkere billen, terwijl de ander met die dikkere billen droomt van de billen van de een. Maar hoe gaan reclamecampagnes hier mee om?

Uit een onderzoek van Dove onder 3200 vrouwen uit 10 verschillende landen blijkt dat maar 2% van de vrouwen zichzelf mooi vindt en ruim 50% van haar eigen lichaam walgt.

Op de website ‘Tijd voor echte schoonheid’ van Dove wordt een poging gedaan de vrouw (wellicht ook de man) met de neus op de feiten de drukken. Een onderzoeksrapport naar vrouwen en hun lichaamsperceptie, verschillende fora en uitleg over het Dove Self Esteem Fund zijn onderdeel van de img_JuliusRooymans.jpg
website. Verder kunnen we een foto-expositie met een knipoog naar het keurslijf van de hedendaagse vrouw bezoeken.

“Van superslanke modellen tot filmsterren met prachtige rondingen – de druk om aan een bepaald beeld te voldoen is enorm. En als jonge meisjes daar gevoelig voor zijn, kan dat hun zelfvertrouwen ernstig schaden.”

Precies hierom heeft Dove een reclamecampagne gestart enkel met alledaags ogende, veelal volslanke modellen. Vrouwen die niet voldoen aan het zogeheten schoonheidsideaal. En bij de afwerking van de reclames komt het retoucheprogramma al helemaal niet aan bod. Oftewel Dove maakt reclame met ‘echte’ vrouwen maar ook voor ‘echte’ vrouwen.

Maar ook Dove lijkt niet een-twee-drie van het schoonheidsideaal af te zijn en is niet zomaar in staat à la minute een reframing te laten plaatsvinden. Want ook in de nieuwe lijn maakt de zeepfabrikant nog steeds reclame voor zogenaamde firminglotions, die ons figuur strakker moet doen lijken.

Ik was in eerste instantie zeer positief over de acties van Dove. Kijk, het blijft aandachttrekkerij en het moet natuurlijk tot betere verkoopcijfers leiden, maar dat daarbij het beeld van de vrouw realistischer wordt neergezet vond ik natuurlijk mooi meegenomen!

Maar in hoeverre is deze actie van Dove verantwoordelijk voor hogere verkoopcijfers? We zien in advertenties van meer dan een halve eeuw geleden ook al vrouwen zoals vrouwen zouden moeten en daardoor willen zijn.

Herbert W. Simons geeft in zijn boek Persuasion in Society de fases weer die reclames in de vorige eeuw hebben doorlopen. Zo was er tot de dertiger jaren meer sprake van het introduceren van de producten zelf. Nieuwe ontdekkingen werden uitgebreid beschreven. Maar naarmate de producten bekender werden en er meerdere merken van hetzelfde product verschenen, ging de reclamewereld zich meer richten op de consument, daarbij gaat psychologie steeds een grotere rol spelen.

Maar Simons zegt ook: “Advertisements also sell us images of our ideal selves and of the world in which we live.” En er is naar mijn idee geen enkele vorm van reclame die hier meer betrekking op heeft dan reclame van bijvoorbeeld make-up en andere verzorgingsproducten, zoals die van Dove.

De reclames van verzorgingsproducten uit de jaren 30, 40 en 50: de hoeveelheid informatie verschilde en de stijl is natuurlijk aan de mode onderheven, maar BH1457-small.jpg
de afbeelding van de ideale, slanke vrouw was een constante en die constante kunnen we doortrekken naar het heden. Dove vond dat het genoeg was en poogt met de volslanke modellen het zelfvertrouwen van de vrouw te verbeteren.

Uit onderzoek is van Dirk Smeesters en Naomi Mandel is echter gebleken dat dit soort acties een averechts effect hebben op het zelfvertrouwen van de feminiene consument en haar zelfs ongelukkig maakt. “We demonstrated that exposure to thin models does not necessarily have a negative impact on one's self-esteem. On the contrary, exposure to moderately thin (but not extremely thin) models has a positive impact on one's self-esteem."

Slanke modellen geven ons het gevoel dat wij zo zouden kunnen worden. Volslanke modellen tonen ons zoals we CFRB_Home_RWWC_Women0.jpgzijn en omdat zij niet het ideale lichaam tonen, maakt dat ons ongelukkig met ons zelf. Ikzelf heb hier persoonlijk nog nooit iets van gemerkt.

Slanke vrouwen zouden een product dus beter moeten doen verkopen dan ‘dikkere’ modellen: het product kan ons maken zoals het model bij de advertentie. Smeesters en Mandel hebben helaas hier geen onderzoek naar gedaan, maar het lijkt een logische gevolgtrekking.

Het jaarverslag van Unilever meldt echter: “Onze grote internationale merken Axe, Dove (…) hebben allemaal goede resultaten en groei latten zien. Binnen Huishoudelijke en Persoonlijke Verzorging heeft onze Dove-campagne ‘Tijd voor Echte Schoonheid’, die consumenten een bredere, minder geijkte kijk op vrouwelijke schoonheid biedt, een centrale rol skinny_model.jpg
gespeeld bij de aanhoudende groei van het merk.”

Verklaringen hiervoor zouden kunnen zijn dat de gedachte achter de campagne een zeer grote rol speelt bij de marketing van Dove en dat deze gedachte toch doorslaggevend is voor het aanschaffen van Dove. Daarnaast heeft de campagne enorm veel bejubelende media aandacht getrokken.


June 1, 2006

Meestal goede, maar ook heel veel slechte tijden

GTST.jpg
“Advertisements are everywhere.” Zo constateert Hertbert W. Simons in Persuation in Society. We kunnen er niet meer onderuit. Op de televisie, in de krant, op kleding, in cafés, we worden ermee doodgegooid.

Simons geeft aan dat zelfs buiten reclamezendtijd om, dus bijvoorbeeld tijdens een film of een televisieprogramma, we worden bestookt met sluikreclame. Film- en televisiemakers worden goed betaald om hun karakters bepaalde producten te laten consumeren.

Laten we een paar voorbeelden uit Goede Tijden Slechte Tijden nemen. Heel Meerdijk, het niet bestaande dorpje waar het geheel zich afspeelt, lijkt zich te voeden met onder vele anderen Royal Club Specials dranken en Pringles. We zien een shot van een opengaande koelkast die rijkelijk gevuld is met de trendy, zwarte drinkflacons. En in de plaatselijke stamkroeg De Koning, wordt bij elke gelegenheid de welbekende bus met ronde chipjes op de kroegbruine bar tevoorschijn gehaald.

Maar waarom zien we alleen Barbara, de ex van o.a. Jef en Ludo, de huidige vriendin van Robert, die op zijn beurt relaties heeft gehad met Laura, Bowien, Linda, Valerie en Meike (vergeef het me als ik iemand vergeten ben), het goede-bacteriën-drankje Yakult drinken? (bekijk voor de personages de volgende link)

Simons meent dat advertenties ons ideeën geven over het ideale beeld van onszelf en van de rest van de wereld. Barbara is een verstandige en gezond ogende vrouw. Dus als wij er ook zo gezond uit willen zien, moeten we doen wat Barbara doet: Yakult drinken. Reclames moeten ons dus aan zetten producten te consumeren door ons een beeld te laten vormen van ons ideale zelf. Cast-GTST-2005---2006_474x3.jpg


De reclame zoals we die bij GTST zien, kunnen we geen subliminale reclame meer noemen, daarvoor zijn de producten te prominent in beeld gebracht. Bij de paragraaf “Celebrity testimonials” kunnen we de manier waarop producenten van bekende merken in GTST hun producten aan de man, of eigenlijk vrouw, proberen te brengen beter indelen. Simons komt met voorbeelden als Micheal Jordan die sportschoenen aanprijst.

De leven van de karakters is ontzettend spannend en opwindend, in Meerdijk gebeurt altijd wel iets. Als wij ons leven als spannend beschouwen, moeten we natuurlijk ook Specials drinken en Pringles eten.

In 2004 bleek echter uit onderzoek van een student Toegepaste Communicatiewetenschappen uit Twente dat GTST niet alleen reclame maakt voor chips en frisdrank, maar ook voor alcohol. Er zou opvallend meer alcohol in de soap worden gedronken dan in de werkelijkheid gebeurd. Dit zou bij de kijker en vooral bij jonge kijkers een afwijkend beeld over alcohol gebruik kunnen veroorzaken. Zo zou ook een overmatig drinkgedrag van de kijker worden gestimuleerd.

Sinds de publicatie van dit onderzoek, die erg veel media-aandacht heeft getrokken, zijn in de serie al meerdere malen de ongelukken en het lijden van dronken karakters in beeld gebracht. Op dit moment bijvoorbeeld heeft Dennis door zijn alcoholverslaving zijn kroeg, appartement en veel vrienden verloren. Maar het is niet gek dat Dennis troost in de drank zocht aangezien hij lange tijd in coma heeft gelegen, zijn geheugen is verloren, zijn geliefde bleek zijn halfzus te zijn en bij de geboorte is hij verwisseld met een andere baby waardoor zijn ex-vrouw zijn eigenlijke moeder bleek te zijn.

Ook bestaat de indruk dat er in de soap vaker dan in werkelijkheid wordt gedronken als reactie op problemen. Het gevolg is dat de kijker, wat de rol van alcohol betreft, een van de samenleving afwijkend en overtrokken beeld krijgt voorgeschoteld. Het is volgens STAP daarom niet uitgesloten dat het kijken naar GTST onverantwoord gebruik van alcohol, ook bij jonge kijkers, stimuleert.

Ik kan er in ieder geval smakelijk om lachen als ik zie dat de koelkast van een alcoholist volledig gevuld is met sapjes en wanneer de pringles de stamgasten om de oren vliegen!

Zie ook: discussie kijkwijzeradvies GTST